Zin en onzin over afvallen (3)

Deel drie in de spannende afval epos van Melchior Meijer naar aanleiding van het boek “Good Calories, Bad Calories” van Gary Taubes.

Mayers kruistocht tegen de ‘epidemische vormen aannemende lichamelijke inactiviteit’ werd internationaal gretig opgepikt door de media. Eind jaren ’60 had Nederland slechts één fitnessgoeroe: Ab Goubitz van de Ochtendgymnastiek op Hilversum 1. Wie het in zijn hoofd haalde in een sportbroek langs de openbare weg te gaan draven, liep het risico vriendelijk doch beslist te worden toegesproken door mensen in witte jassen. Nauwelijks tien jaar later waren we bekeerd. Joggen werd een rage. De eerste sportscholen zagen het licht. Kranten en tijdschriften maakten melding van de ‘fitnessrevolutie’. Taubes: “Het motto werd: ‘overgewicht is je eigen schuld’. Iedereen slikt dat tot op de dag van vandaag voor zoete koek. Goed, er is een verband tussen dik zijn en weinig bewegen. Maar dat verband vertelt ons niets over de oorzaak van overgewicht. Rony en anderen opperden in 1941 met goede argumenten dat overgewicht en lichamelijke inactiviteit symptomen zijn van een en hetzelfde onderliggend probleem. Dat dik zijn en weinig bewegen een gemeenschappelijke oorzaak hebben. Op dat vitale inzicht is nooit fatsoenlijk voortgeborduurd.”

Mayers opvattingen werden nooit bevestigd door de wetenschap. In 1989 liet een grote Deense studie tot ieders verrassing zien dat mannen die onder begeleiding gingen trainen voor een marathon na achttien maanden slechts een kilo vet hadden verloren. In een ander onberispelijk onderzoek concludeerde overgewichtdeskundige Xavier Pi-Sunyer: ‘Consequent volgehouden lichamelijke inspanning leidt bij mensen met overgewicht soms tot een afname van het lichaamsgewicht, soms tot een toename ervan en vaak is er geen enkel verschil.’ Bovendien is er sprake van een rare paradox. Veel wetenschappers betwijfelen of we vandaag de dag wel zoveel minder bewegen als onze opa’s en oma’s destijds. Volgens betrouwbare statistieken aten Nederlanders toen bovendien wat meer per persoon per dag dan nu. Toch laten diezelfde statistieken duidelijk zien dat Nederlanders toen slanker waren dan nu. Ze bewogen minder, aten meer en waren slanker. En net als nu waren de groepen die zware lichamelijke arbeid verrichtten dikker dan hoog opgeleiden in bureaufuncties. De hamvraag luidt: hoe kan dat? Of anders gesteld: wat stuurt ons gewicht en maakt dat de gewichtsregulatie bij sommigen ontspoort?

Het antwoord: insuline. “Het overgewichtprobleem is in essentie een insulineprobleem,” zegt Dr George Cahill van Harvard, arts en expert op het gebied van insuline. “De bekendste functie van het hormoon insuline is bloedsuikerregulatie, maar het doet veel meer. Het is ook de grote dirigent van de vetopslag. Je kunt alleen vet opslaan als er veel van het hormoon insuline in je bloed circuleert. Insuline is een ‘pakhuishormoon’. Je hebt heel kleine beetjes insuline nodig, maar als je voortdurend meelproducten en suiker eet, of suiker drínkt in de vorm van frisdrank, pompt je alvleesklier voortdurend insuline in de bloedbaan. Dat is niet gezond. Een van de onvermijdelijke gevolgen is abnormale gewichtstoename. Al die insuline zet de sluisdeuren naar de vetcellen in één richting open. Het vet kan erin, maar er niet meer uit.”

Gary Taubes vermoedt na het doorspitten van ruim honderdvijftig jaar literatuur en het interviewen van zo’n zeshonderd deskundigen dat de oude Rony gelijk had. “Dikke mensen worden niet lethargisch omdat ze ‘lui’ zijn. Obesitas is een ziekte van overdreven vet-opslag. Dikke mensen hebben bij wijze van spreken voor maanden energie aan hun lijf, maar hun lichaamscellen kunnen er als gevolg van de voortdurende overvloed aan insuline niet bij.
Die verhongeren. Het energiegebrek is zo nijpend dat ze zelfs hun eigen spieren opeten. Het gevolg is dat deze mensen het koud krijgen, zo weinig mogelijk bewegen, kortom dat ze alles doen om energie te besparen. Ze voelen zich ellendig. Ze zijn vet en ze lijden honger.” De enige manier om ze te helpen, is de hormoonbalans te herstellen, stellen veel onderzoekers. Zorg ervoor dat de overvloedige stroom insuline stopt. Dat doe je niet door te gaan bewegen, maar door voedingsmiddelen te kiezen die geen overdreven insulinerespons uitlokken. Dat bewegen komt vanzelf als het onderliggende probleem wordt gecorrigeerd. Uit onderzoek blijkt steevast dat dikke mensen vervolgens vrijwel onmiddellijk weer spontaan lichamelijk actief worden.’

Tot ongeveer de jaren ’60 was dit alles tamelijk onomstreden. Talloze dokters die in de vorige eeuw in de koloniën werkten, rapporteerden onafhankelijk van elkaar dat groepen die geen overgewicht, kanker of hart- en vaatziekten hadden, hun sublieme gezondheid verloren zodra de suikerconsumptie de twintig kilo per persoon per jaar overschreed. Ter vergelijking, Nederlanders gebruiken nu ongeveer tachtig kilo per persoon per jaar. Mensen met een gewichtsprobleem werden door hun dokter standaard op een koolhydraatbeperkt dieet gezet en iedereen zag dat het werkte. Hoe kan het dat dit pad zo plotseling werd verlaten? Gary Taubes: “Angst voor vet. En politiek. Een groepje onvoorstelbaar ambitieuze en eigenwijze wetenschappers slaagde er eind jaren ’50 in de instanties en de politiek ervan te overtuigen dat hart- en vaatziekten veroorzaakt worden door vet in het algemeen en verzadigd vet in het bijzonder. Een dwaling waar nauwelijks bewijs voor is, maar het idee genoot van meet af aan een bijna religieuze status. Vanaf dat moment werd vet gedemoniseerd. Zelfs diabeten (type 2) krijgen tegenwoordig het advies om koolhydraten te eten, terwijl al het wetenschappelijk onderzoek suggereert dat dit monstrueuze consequenties moet hebben,” zegt Taubes. “Het ironische is dat ongeveer op hetzelfde moment ook sterke aanwijzingen opdoken dat hart- en vaatziekten juist worden veroorzaakt door de overdreven hoeveelheid geraffineerde koolhydraten in onze voeding en dat vet feitelijk juist beschermt. Maar de wetenschappers die dat vaststelden, zaten met een onmogelijke boodschap. Ik sprak voor mijn boek ondermeer met cholesterolspecialist Ronald Krauss van de Berkeley Universiteit. Die zei: ‘Pasta, rijst, koek, brood, gebak, suiker, dát zijn de items die voor een gevaarlijk cholesterolprofiel zorgen. En die zeer waarschijnlijk overgewicht, diabetes en hartziekten veroorzaken. Dat is zo klaar als een klontje. Ik mag dat gerust constateren in wetenschappelijke artikelen die niemand leest, maar ik moet het niet in mijn hoofd halen om het in het openbaar te zeggen.’ Wetenschappers kunnen niet openlijk zeggen waar het op staat. Namelijk dat mensen minder geraffineerde koolhydraten en vooral minder suiker moeten eten om hun risico op overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten te verkleinen. Als ze dat doen, liggen ze er uit.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

go to top